Hierbij het verhaal van iemand die voor het
eerst een marathon gelopen heeft.
MIJN EERSTE MARATHON
Al jaren ligt er in de bibliotheek een folder van de "Roadrunners" voor het
publiek ter inzage. Meerdere malen heb ik zo’n folder in de hand gehad, zal ik
het wel doen, zal ik het niet doen. Na een telefoontje met Piebe besloot ik toch
door te pakken en op 27 oktober 1999 viel ik direct met mijn neus in de boter,
een coopertest als begin. Bijna veertig jaar voetbal, twee elfstedentochten en
zo’n tien jaar hardlopen (eenmaal per week) resulteerde in 2430 meter. Vrij snel
sloeg de verslaving toe, van een keer per week naar drie tot vier keer per week
en ik bleef het leuk vinden. Een paar prestatielopen verhoogden het plezier
alleen maar, op zich niet zo verwonderlijk, de Roadrunners zijn gewoon aardige
sporters waar je je snel bij thuis voelt. Langzaam groeide het plan om een
marathon te lopen, als supporter van Feyenoord leek mij de marathon van
Rotterdam wel leuk. In het tijdschrift "Runners World" (kan ik elke loper
aanbevelen – bibliotheek heeft een abonnement) vond ik een trainingsschema. Met
dit schema in de hand, de adviezen van Piebe en de adviezen van lopers die al
eerder een marathon hebben gelopen (Lies de Vries en Eelke Dijkstra) begon ik
medio december met de training. Alles ging naar wens tot 5 februari, nota bene
mijn verjaardag. Tijdens de warming up op zaterdagmorgen heb ik te fanatiek de
kikkersprong geoefend. Op de dag zelf had ik nog geen last maar de volgende dag
had ik een pijnlijke rechter knie. Mijn zwager is fysiotherapeut en maandag
gelijk naar hem toe. Zijn oordeel was onverbiddelijk, overbelasting en de
trainingsarbeid naar beneden bijstellen. Ik zag mijn marathon al in rook opgaan,
verstandelijk zeg je dan nou ja er komen nog meer marathons dan loop je die
toch? Maar de aard van het beestje is anders, wat hij eenmaal in de kop heeft
…….. . Na een paar weken ging het langzaam beter en geleidelijk verhoogde ik
mijn trainingsarbeid weer. Medio maart had ik geen pijn meer, maar ja ik was
toch wat achter geraakt op mijn schema, met name de lange afstanden 25 tot 30
kilometer had ik onvoldoende gelopen. Toch maar proberen, maar zien waar we
eindigen.
Naarmate 16 april naderde werd het kledingvraagstuk actueel. Wat voor weer zou
het worden, wat is de beste kleding? Ik had eigenlijk alleen goede
schaatskleding maar geen kleding voor een marathon. Onder het mopperend
commentaar van mijn vrouw (elke hobby van jou kost altijd handenvol geld) heb ik
circa vijfhonderd gulden geďnvesteerd in kleding, voor warm weer, koud weer en
nat weer. Zo, een eventueel succes was niet langer afhankelijk van kleding. In
dezelfde periode begon ik ook meer aandacht aan het eten en drinken te besteden,
koolhydraten, koolhydraten en nog eens koolhydraten, m.a.w. pasta, pasta en nog
een pasta. Het een en ander overigens niet tot volle tevredenheid van de overige
familieleden, wij lopen toch geen marathon?
Vrijdag 14 april heb ik een vrije dag opgenomen en ben met de trein naar
Rotterdam gereisd om mijn startbewijs op te halen. Tegelijk kon ik de start en
finish een beetje verkennen en de kleedgelegenheid opzoeken. Bij het in
ontvangst nemen van mijn startnummer (11498) bleek het nummer van mijn "chip"
niet te kloppen met het nummer wat de organisatie hanteerde. Bij de
informatiebalie werd dit vlot verholpen, stel je voor als ik dit niet gezien
had, dan had ik de marathon voor "jan met de korte naam" gelopen.
Zaterdag 15 april heb ik een rustdag genomen, geslapen, geluierd en niks
uitgevoerd. En dan is het eindelijk zover, zondag 16 april. Om acht uur met de
familie in de auto en richting Rotterdam. In de buurt van Emmeloord mijn zwager
en zijn familie opgepikt, een lekker gevoel, je eigen fysiotherapeut mee naar de
marathon. Tijdens de autorit nog wat eten om "volgetankt" aan de marathon te
kunnen beginnen. Met de trein het laatste stuk naar Rotterdam Centraal en in de
stationsrestauratie de laatste afspraken waar de familie langs het parcours zal
opduiken. Rustig, maar inwendig opgewonden zocht ik de kleedgelegenheid op. Daar
was het een goed uur voor de start al een drukte van belang.
Naarmate ik hoger in het gebouw kwam werd het steeds rustiger en op de
vijfde etage was er ruimte zat om je om te kunnen kleden en rustig voor te
bereiden. De spanning steeg, ik ben daar wel drie keer na de wc geweest. Toch
nog twijfel wat ik aan zou trekken, korte broek, tight of toch lange broek. Ik
koos voor een lange broek, een vochtregulerend shirt met lange mouwen en
daaroverheen een shirtje met korte mouwen. Hartslagmeter om en klaar is kees. Na
een uitgebreide warming-up sloot ik aan in de rij voor de start. Tussen al die
duizenden lopers kwam ik Lies tegen en hebben even de laatste ervaringen
uitgewisseld. Lies begon met gemengde gevoelens aan de marathon, ze was de
afgelopen week niet 100% fit geweest. Eindelijk dan het startschot, raar, je mag
beginnen maar je kunt niet vooruit. Nog even snel een sanitaire stop, overal
staan toiletvoorzieningen dus ik schijn niet de enige te wezen die hier last van
heeft. Het duurde ruim zes minuten voor ik de startlijn passeerde. Een
overweldigende ervaring, wat een mensen, wat een enthousiasme. Langs de hele
route staan mensen, soms een rij dik maar op sommige plaatsen meerdere rijen
dik. De sfeer deed mij sterk denken aan de elfstedentocht, Rotterdam op zijn
best. Gestaag tikken de kilometers onder mijn voeten weg. Om de vijf kilometer
is een tijdwaarnemingpunt en kun je water en/of extran krijgen. Na zo’n 15
kilometer begin je langzaam te rekenen. Het doel was gericht op het uitlopen van
de marathon, ongeacht de tijd. In het achterhoofd zat het idee om te streven
naar 10 kilometer per uur en dus de marathon te lopen in zo’n vier uur en een
kwartier. Nou dat bleek in het begin aardig te lukken. Tijdens de afdaling van
de Erasmusbrug werd ik aangemoedigd door mijn supporters. Inmiddels had ik de
halve marathon achter de rug en zat ik aardig op schema. De eerste 25 kilometer
gingen in 2 uur en 30 minuten. Na de Erasmusbrug kom je wedstrijdlopers ook
tegen, die zijn dan bijna al bij de finish, niet te geloven wat een tempo. Na
dertig kilometer begon ik toch wat kracht te verliezen, de hartslag bleef
constant op zo’n 145 tot 150 maar ik begon toch wat tijd te verliezen op mijn
schema. Na 35 kilometer moest ik mijn eerste wandelpauze inlassen. Mijn
supporters hadden nog voor een banaan gezorgd maar het mocht niet baten. Het
kaarsje ging toch langzaam uit. Aan de andere kant, ik was zo’n drie en half uur
onderweg dus tijd zat om de marathon uit te lopen, dat gaf weer rust. Toch waren
de laatste kilometers zwaar, heel zwaar maar je gaat door, je wilt en zult het
halen. En als dan de finish in zicht komt, de Coolsingel werkelijk zwart ziet
van de mensen, de aanmoedigingen hartverwarmend zijn, de supporters nog eens van
zich laten horen, ja dan weet je dat ook deze sportieve uitdaging tot een
succesvol einde zal worden gebracht. Een medaille, volgens mijn zoon bijna zo
groot als een cd is de beloning, 4 uur en 28 minuten en 57 seconden verder. Iets
langzamer dan gepland, nou ja het is niet anders.
Even zitten, even genieten maar ook ontzettend uitgewoond. Terug naar de
kleedruimte en je realiserend dat je op de vijfde etage zit. De lift was buiten
gebruik, met de trap omhoog dus. Dat doe ik de volgende keer dus anders,
traplopen na een marathon is zwaar, heel zwaar.. Maar boven wacht een lekkere
warme douche, tenminste dat dacht ik. IJskoud dus, de temperatuur van
kraanwater, letterlijk en figuurlijk een koude douche, overigens bij een
organisatie waar verder alleen maar complimenten op z’n plaats zijn.
In de stationsrestauratie trof ik mijn familie weer, juichend werd ik onthaald
en enthousiast werden de ervaringen uitgewisseld. Onderweg naar huis hebben wij
nog een restaurant bezocht maar dat was wat mij betreft niet zo’n succes. Nog
geen kwartier zat ik aan tafel of ik kreeg al kramp in mijn kuiten. Het eten,
gegrilde zalm, licht verteerbaar en niet vet, smaakte mij helemaal niet. Ik had
het gevoel of ik het er zo weer uit zou gooien, een vol gevoel wat je hebt na
het drinken van een liter cola en je het koolzuur niet kwijt kunt door eens
ordinair te boeren. Na een drie kwartier ben ik van tafel gegaan en heb een half
uurtje buiten gelopen, lekker fris en ontspannend. Overigens, dat volle gevoel
gecombineerd met een geringe eetlust heb ik nog een paar dagen gehad.
Rond negen uur s’avonds waren wij weer thuis. De vlag hing uit en de oprit was
voorzien van diverse grote borden, "fleer doet het weer" "proficiat Bert" e.d.
Wat bleek, de buurman had een groot vertrouwen in mijn marathon, zonder te weten
of het nu wel of niet gelukt was had hij dit georganiseerd. Maandag gewoon naar
het werk, ik had de hele dag cursus. Stijf en stram kwam ik uit mijn nest, maar
naar mate de dag vorderde ging het steeds beter. Ik had nog het meeste last van
mijn dijbeenspieren. En na de dinsdag komt de woensdag, dus trainen bij de
Roadrunners maar wel in een aangepast tempo.
Dit was mijn eerste marathon maar beslist niet mijn laatste. In het achterhoofd
streef ik nog naar een eindtijd van maximaal vier uur. Berlijn en New York
schijnen ook een leuke marathon te organiseren, dus als het lijf en de leden het
toelaten (in het koppetje zit het wel goed) kan ik nog even vooruit. Met dank
aan de hele groep Roadrunners die mij geleerd hebben dat je veel plezier kunt
beleven aan het hardlopen
Bert Fleer.

Bert voorbij het 35 km punt.

De buurman had deze dag een eigen prestatie geleverd.

|