|
Marathon van
Rotterdam op 10-04-2005
Eindelijk is het zover, ik sta
in het startvak voor de marathon van Rotterdam. Wie mij een beetje kent, weet
dat ik meerdere malen gezegd heb dat een marathon voor mij niet is weggelegd.
Uiteindelijk heb ik met toch
over laten halen om aan een marathon mee te doen. De reden dat ik voor
Rotterdam heb gekozen is het feit dat je door het publiek naar de finish
wordt gedragen. Na 15 weken van voorbereiding sta ik nu dus op het punt te
starten. Om 10.55 uur worden we eerst nog toegezongen door Lee Towers met het
indrukwekkende “You ‘ll never walk alone”. Even daarna klinkt het kanonschot voor de start.
Het duurt nog zo’n 5 minuten alvorens ik door de
start ga. Alom lopers en aan weerskanten een enorme haag toeschouwers. Opeens
ontdek ik Hielkje met mijn zoon Fokke en
schoondochter Anke in de mêlee van toeschouwers. Zij zullen me die dag op
meerdere plaatsten aanmoedigen evenals een vijftal RoadRunners
te weten; Jetty Rixte,
Henk, Rob en Cor. Ik probeer een beetje in het ritme
te komen, wat moeilijk gaat met zoveel lopers om je heen. De eerste
kilometers blijft dit zo, opeens wordt ik op de Erasmusbrug
toegeschreeuwd door het vijftal RoadRunners. Zij
hebben mij herkend aan mijn rode petje dat ik als herkenning voor iedereen heb
opgezet (achteraf terecht want we krijgen nogal wat regen).
Langzamerhand krijgt iedere
loper wat meer bewegingsvrijheid. Ik lig iets onder mijn schema van 3 uur 40.
Het lijkt me verstandig om wat voorsprong op het schema te houden, want de
laatste kilometers zullen wel lastiger worden dan de eerste en nu gaat het
nog gemakkelijk. Het is koud weer en langzamerhand begint de motregen over te
gaan in hardere regen druppels. Door de aanmoedigingen van het publiek, dat
het nog kouder heeft dan wij trek ik me er niets van aan. De supporters,
zowel mijn familie als de RoudRunners, duiken
steeds op aan de rand van het parkoers en het geeft me een enorme stimulans.
Later hoor ik dat supporteren bijna even vermoeiend is als zelf meedoen.
Vooralsnog loopt het nog goed, ik kom op 15 km door in 1 uur 16, dat
is nog zeer goed. Ik pak zoveel mogelijk bij elke stand een bekertje water
mee, alhoewel het wel erg koud water is. Ik krijg
hier toch last van, het ligt als een blok op de maag. In de buurt van het Feijenoord stadion worden we fanatiek toegezongen met; “zo’n goeie hebben we hier nog niet gehad”. We naderen nu
het punt van de halve marathon en als ik over de mat ga geeft mijn horloge 1
uur 47 aan. Het gaat nog steeds goed. We komen nu steeds dichter bij de Erasmusbrug en dat is te merken aan de publieke
belangstelling, hier staan enorme hoeveelheden mensen dicht opeen gepakt. In
de bocht naar de aanloop van de brug ontdek in
Hielkje en mijn zoon Fokke die mij fanatiek toe
schreeuwen. Eenmaal op de brug merk ik de vermoeidheid in mijn benen, het
lijkt wel of ik een berg oploop. De benen protesteren behoorlijk de brug op,
ook na de brug merk ik dat het nu moeilijker gaat worden. De laatste maanden
van de trainingen heb ik een dieet van Herbalife
gevolgd en de laatste hoeveelheid van de shake heb
ik nu weggewerkt. We draaien nu het centrum weer in en ineens ontdek ik Rob
op de tribune, hij schreeuwt mij fanatiek toe. Ik heb het dan behoorlijk
moeilijk, we slaan de bocht om en daar staan ook de andere RoadRunners mij fanatiek aan te moedigen. Ik probeer mij
beter voor te doen dan het is, maar ik moet toegeven dat ik het moeilijk heb,
waarschijnlijk toch een combinatie van de kou en de regen. Ik besluit het
schema te laten voor wat het is en in mijn eigen tempo verder te gaan. We
hebben nu een heel stuk met de wind mee en ik krijg het wat warm en ik zit er
wat door. Ik kan me minder goed concentreren, ik pak nu een strip met gel uit
mijn heuptasje en werk deze op het 30 km punt naar binnen gevolgd door een
bekertje water. Na een kilometer merk ik ineens dat mijn hoofd weer fris is,
dit komt door de hoeveelheid cafeïne die eveneens in de gel zit.

Piebe bij het 40 km punt, de laatste
loodjes…
Ik heb er nu weer vertrouwen
in, want ik heb nog een gel en kan deze mooi op het 35 km punt nog innemen. Het
gaat redelijk goed, het ene na het ander kilometer punt passeer ik. Ik zit
ongeveer op een schema van 3 uur 40, maar echt veel invloed op de snelheid
heb ik niet meer. Het is nu een zaak van rustig uitlopen. Nu naderen we
eindelijk weer het centrum en wordt de publieke belangstelling weer beter. Nu
en dan zie ik een deelnemer die erdoor zit en moet overgeven, ik mag nog niet
klagen. Bij het 40 km
punt staan Hielkje, Fokke en Anke die mij nog
eenmaal een mentale opkikker geven voor het laatste stuk. Het gaat nu weer
lekker nog maar een klein stukje, dan ineens staat er op de weg nog 1000 meter. Ik kijk op
mijn horloge en die staat op 3 uur 33, verdorie als ik nog even aanzet, kan
ik nog net onder de 3 uur 40 komen. Ik verzamel nog
eenmaal alle krachten voor een eindsprint en ik passeer nu diverse moe
gestreden medelopers. Wederom een schreeuw van de tribune, die uitpuilt met
toeschouwers, en ik ontdek Rob die mij nog eenmaal toeschreeuwt. Ik duik over
de finish en zet mijn horloge met enige moeite stil en zie tot mijn verbazing
een tijd van 3:39:54! Heb ik het toch nog gered, pardoes krijg ik een hand
van burgemeester Opstelten van Rotterdam die alle
mensen staat op te wachten aan de finish.
Ik voel me nog superfit na de
eindsprint en ineens zie ik dat ik naast Marcel Walstra sta, die ook net
binnen is. Hij ziet er niet fit meer uit en blijkt enkele minuten langzamer
dan ik gelopen te hebben. De chip moet nu weer af en diverse lopers moeten
geholpen worden om het ding er weer uit te krijgen, gelukkig kan ik het zelf
nog. We krijgen een medaille omgehangen en een plastic deken om warm te
blijven. Na een flesje caloriedrank, zoek ik langzaam nagenietend de
kleedruimte weer op.
Na een flinke douche beurt
(heerlijk warm water) wordt ik buiten opgewacht door mijn familieleden en
supporters. Van beiden krijg ik bloemen. Na wat broodjes te hebben genuttigd
gaan we weer huiswaarts.
Mijn marathon debuut zit erop
en ik moet zeggen ik ben uiterst tevreden en
eigenlijk niet eens heel erg moe.
Piebe
|