De man zonder banaan, een bumperklever en sportdrank boven alles….

 

De vierde zaterdag in september is voor veel Jousters een dag om deel te nemen aan de Jouster Merkeloop. Ook ik vind dit een uitstekende gelegenheid om mezelf te testen op de halve marathon. Deze loop en thuiswedstrijd ligt mooi in het schema voor de Berenloop op Terschelling in november.

Eerst moet ik nog een training verzorgen voor de Start to Run beginnersgroep en dan aansluitend snel door naar sporthal de Stuit om me in te schrijven. Het voordeel is dat ik al redelijk soepel ben door de oefeningen die ik met de beginnersgroep heb gedaan.

Ik arriveer om ongeveer 5 voor half elf bij de sporthal, waar het dan al behoorlijk druk is met “loslopende renners”.

Ik hoef alleen maar mijn trainingspak uit te doen, omdat ik mijn “ren-kleding” al aan had bij de beginnergroep.

Eenmaal tussen de “loslopende renners” heb ik snel mijn gedachten al bij de komende inspanning. Ik zie intussen allemaal Road Runners die ook mee gaan doen. Een enkele debutant (Bianca Beemer) wijs ik even de startplaats van de 10 Engelse mijlen. Alle afstanden starten nl. op ander stuk, dus het is opletten dat je niet in het verkeerde vak start.

Jan Kooistra en Roel de Jong houden nog een start-verhaal, waar we niets van kunnen horen, dan ineens het startschot en overal zie je vanaf diverse plaatsen mensen wegrennen.

Ik ontwaar Jetty bij de voorste renners van de halve marathon, die is heel wat van plan. Na een rondje Hofcamp (we gaan voor haar huis langs) zakt ze al af en ga ik haar voorbij. Waarschijnlijk heeft ze in haar straat even laten zien dat ze heel hard kan.

We rennen inmiddels op het fietspad richting Haskerhorne en ik vind het best warm. Ik krijg er wat last van, het zakt een beetje in mijn benen.

Ineens moet ik denken aan het “Golden Power” drama enkele weken terug, toen ik met de Fish Potato Run heb meegedaan. Het was daar heel benauwd en drukkend en als test had ik vooraf 2 blikjes “Golden Power” genuttigd. Dit is een drankje waar je behoorlijk “hyper” van wordt door de aanwezigheid van taurine en cafeïne (1 blikje staat voor 6 koppen koffie) . Achteraf was dit niet de juiste keuze, want na 5 kilometer ‘zakte ik door het ijs’ en moest ik er al af en gaan wandelen. Deels door de warmte en deels doordat ik enigszins misselijk was door het “doping drankje”, nooit meer doen dus….

Deze fout heb ik niet weer gemaakt voor de Jouster Merkeloop, gewoon “4 boterhammen met kaas en bebogeen” en 2 flesjes sportdrank in de tank.

Gelukkig voor mij duiken we de Haulsterbossen in waar het wat koeler is. Ik heb een poosje met Wiebe Amels op gelopen, maar ik ben nog niet in goede doen en besluit hem te laten gaan.

Ik ga gewoon in mijn eigen tempo door, het 5 km punt passeer ik in 22:35 minuten. Ik kan tevreden zijn, dit is nog goed. Gaandeweg koel ik wat af doordat we tussen de bomen lopen, ik voel mijn krachten terug komen en kan weer in een iets hoger tempo verder. Ik sluit weer bij het groepje van Roelf Kok aan dat ik eerst moest laten gaan. Eenmaal het bos uit, richting Nannewijd, ga ik het groepje voorbij en heb ik de ruimte. Zo’n 300 meter voor me zie ik Wiebe nog lopen, dat is een mooi richtpunt, maar op hetzelfde moment word ik ingehaald door een dame. Ze heeft de pas er behoorlijk in en ik probeer haar bij te houden. Dit lukt maar net, maar ik kan naast haar blijven en langzaam maar zeker naderen we Wiebe. Ik kijk eens om me heen en ontwaar nog iemand in ons groepje, die me bekend voorkomt.

Verdraaid; het is de “banaan-man” van vorig jaar (zie ook mijn verhaal van de Jouster Merke loop 2004; “De banaan-man”). Hij heeft geen banaan mee dit keer, maar dat had hij beter wel kunnen doen want hij moet ons laten gaan…! Ik loop nu alleen met de snelle (onbekende) dame en het laatste stukje van het Nannewijd hebben we wind mee en dan wordt het toch nog even benauwd, maar ik kan het nu wel hebben. Het 10 km punt passeren we in 46:13 minuten, nog steeds tevreden. Met nog een 46-er erbij op de laatste 10 km en ik zit nog steeds op een schema van onder de 1 uur en 40 minuten, wat toch mijn einddoel is. We hebben Wiebe nu te pakken en met een voorzichtig ‘hoi Wiebe’ begroet ik hem in het voorbij gaan, hij kijkt enigszins verrast op.

We laten het schelpenpad van het Nannewijd achter ons en komen op het fietspad, de (onbekende) snelle dame neemt een drinkpauze en ik besluit een spons aan te nemen en door te gaan. Wiebe pikt aan en later hoor ik nog een ander hardlooppasje weerklinken op het asfalt ten teken dat er nog iemand volgt (de latere “bumperklever”). Ik lig nu goed op stoom en voel me bij elke kilometer sterker worden, de anderen laten mij dan ook wijselijk op kop lopen. We draaien op naar een prachtig huis, maar moeten eerst de berm in omdat een grote machine de weg verspert. De sloot wordt nl. schoon gemaakt. We draaien daarna weer op naar een schelpenpad en na 300 m zien we Marcel Walstra ineens wandelen, hij heeft het helemaal gehad en besluit de kortste weg naar huis te nemen. Wij daarentegen draaien nog maar eens naar links het bos weer in. Na de passage van de “witte boerderij” lopen we het eerste stuk van de loop nu in tegengestelde richting.

Het gaat nog steeds goed en ook de mannen achter mijn rug kunnen nog steeds volgen. We naderen het bordje met 15 km erop en achter me hoor ik Wiebe zeggen: ‘ga maar’ tegen de bumperklever achter me, ten teken dat Wiebe in zijn eigen tempo verder gaat.

Het gaat goed en de tijd van 1:09:50 bij het 15 km punt is nog steeds goed voor een tijd onder de 1 uur 40. Op het lange bospad halen we weer een loper in en in de verte loopt een man met een rood T-shirt, waarschijnlijk is hij het volgende slachtoffer van mijn dadendrang. Eerst moeten we nog die dekselse drafbaan nemen, elke keer een zware kluif in dat zand. We naderen de baan en iemand staat midden op de weg om twijfelaars onverbiddelijk de baan op te sturen! Hij roept naar mij en de bumperklever; ‘de baan nemen tegen de wijzers van de klok in’. Ik kan even niet zo snel bedenken welke richting dat is en besluit linksom te gaan evenals de man in het rode T-shirt voor me. De bumperklever gaat verrassend genoeg en volgens opdracht tegen de wijzers van de klok in de ander kant om. Eindelijk kan ik zien wie steeds achter mij loopt, want halverwege kom ik hem tegen natuurlijk. Hij is enigszins kaal en heeft een “ziekenfondsbrilletje” op en rent uit alle macht om straks bij het verlaten van de baan weer achter mijn rug te kruipen… En ja hoor, even denk ik dat ik een gat geslagen heb, maar hij ploft weer perfect getimed achter mijn rug.

Ik heb nu zicht op een rood T-shirt en dat werkt als een rode lap op een stier. Bij het opgaan van het viaduct (net een berg van de 1e categorie in deze fase) ga ik er triomfantelijk voorbij met in mijn kielzog de onverbiddelijke bumperklever.

Zo, het veld voor me is leeg, nu de bumperklever nog kwijt zien te raken. We naderen het 20 km punt en daar staat sport fotograaf Martin de Jong klaar om een foto van ons te maken. Waarschijnlijk is de bumperklever straks niet eens te zien op de foto… Ik kijk nog snel even op mijn horloge; de tijd is 1:32:44, nog steeds goed voor een tijd onder de 1 uur 40.

A la “Zoetemelk” plaats ik een geniepige tempoverhoging en ja hoor de bumperklever is los en nu kan ik vrijuit naar de finish.

Het is nu nog maar een klein stukje naar de finish en ik kom in een tijd van 1:37:29 binnen.

Voor mij een uitstekende prestatie en ik ben dan ook dik tevreden.

Later hoor ik van andere Road Runners dat ze het toch wel warm hebben gehad en een aantal hierdoor juist tijd heeft in moeten leveren.

 

Piebe